racefiets

Het onderhouden van je racefiets

Een racefiets is een mooi apparaat, maar moet wel onderhouden worden. Dat vinden de triathleten van Trinity uit Delft ook. Ze hebben daarom een mooie pagina gemaakt met een overzicht van wat je zou moeten en zelf zou kunnen doen.

Over fietsonderhoud zijn veel boekjes geschreven, met leuke plaatjes erin. De meeste daarvan zijn echter nogal verouderd, en veel te uitgebreid. Onderstaand overzicht is misschien wel weer erg kort, maar ik ga er vanuit dat je zelf over enig technisch inzicht en gezond verstand beschikt. De meest logische ordening leek me die naar uitvoeringsfrequentie; dan heb je meteen een idee van hoe vaak ongeveer je iets zou moeten doen. Tot slot worden nog een paar vrij vaak voorkomende maar lastige karweitjes behandeld. Als je dan nog met problemen zit blijven drie dingen over: een deskundige raadplegen, een boek erbij pakken of toch maar naar de fietsenmaker gaan. Dit laatste raad ik trouwens aan voor de echt moeilijke klussen waar bijzonder gereedschap en vakmanschap voor nodig is.

Gereedschap

Onderhoud is niet mogelijk zonder het juiste gereedschap. Hoe meer je zelf wilt doen, hoe meer specifiek gereedschap je nodig hebt. Een heleboel valt echter gewoon te doen met de volgende basisset:

  • Inbussetje
  • Schroevendraaier
  • Spakenspanner
  • Bandenplakset
  • Bus teflonspray
  • Lap, oude tandenborstel

Voor groot onderhoud komt daar het volgende bij:

  • Kettingpons
  • Steeksleutels/Bahco
  • Cassette-afnemer
  • Naafsleutels
  • Klemtang
  • Kogellagervet en vaseline/vaste teflon
  • Autowas

Je ziet: echt veel is het niet, en vaak is er best iets te lenen. De basisset zou ik gewoon kopen als je die spullen nog niet hebt; deze gebruik je toch best vaak en is niet erg duur. Zorg wel dat je goede spullen koopt, anders loop je het risico dat je je fiets er alleen maar mee sloopt.

Inspectie-zeer regelmatig

Dit zijn de dingen die je eigenlijk na elke rit even moet controleren:

  • Wielen: slagen, losse spaken
  • Banden: spanning, beschadigingen, slijtage (Profiel is niet echt nodig, een brekerlaag wel. De spanning zou zo’n acht bar moeten zijn, met zachte banden rij je minder hard en eerder lek.)

De volgende zaken kun je iets minder vaak controleren:

  • Remmen: slijtage blokjes, directheid, symmetrie (De blokjes moeten de beide zijkanten van de velg tegelijkertijd raken, moderne remmen hebben hier een mooi stelschroefje voor.)
  • Ketting: smerigheid, smering

Als er iets mis is met een van de hierboven beschreven dingen kun je er meestal nog wel even mee doorrijden, maar dit is minder veilig, het fietst minder lekker en hoe langer je wacht met onderhoud, hoe erger het wordt. Wat je er aan kunt doen is in de meeste gevallen te logisch om hier te bespreken, met uitzondering van kettingonderhoud, zie daarvoor het aparte stukje.

Elke 500 km

Van onderstaande dingen merk je meestal iets minder duidelijk dat er iets mis mee is, daarom is het goed dit regelmatig even te controleren, vooral ook omdat vervanging of reparatie ervan vaak wat duurder is.

  • Kabels: smeren en stellen;
  • Frame: controleren op beschadigingen, eventueel bijwerken met (blanke) lak
  • Controleren of alles nog goed vast zit.

Als met de volgende dingen iets mis is kun je het best langs de fietsenmaker; dit vereist namelijk speciaal gereedschap en wat fingerspritzengefühl. Met enige ervaring en het goede gereedschap is het ook zelf te doen.

  • Balhoofd: controleren op speling (fiets optillen en voorvork heen en weer bewegen, je mag absoluut geen speling voelen), souplesse (draaien moet soepel gaan, je mag geen putjes voelen)
  • Pedalen en bracketas: idem
  • Naven: idem (zie ook verderop)

Twee keer per jaar

Per jaar zijn er twee logische momenten voor groot onderhoud: het begin en het eind van het seizoen. Aan het begin, als het lekker weer wordt, verwijder je alle winterviezigheid en zet je er je wedstrijdonderdelen op. Aan het eind maak je je fiets klaar voor de winter: de mooie wedstrijdonderdelen er af, alles goed gesmeerd tegen de regen. Verder is het gewoon alles goed nakijken, schoonmaken, in de was zetten (mooi en beschermend) stellen en smeren. Ook zijn dit goede momenten om je naven te inspecteren of eens een nieuw stuurlintje te wikkelen. Voor je naven heb je wel een speciaal sleuteltje nodig, maar veel kost dat niet. Als je ze openschroeft kom je op een gegeven moment bij de lagers, waar de kogels in het vet liggen. Als dit vet er schoon uitziet en de boel soepel liep hoef je in principe niets te doen. Is het vet vies of liepen de lagers niet goed, dan maak je alles schoon en kijk je naar kleine beschadigingen, eventueel vervang je de kogels. Daarna alles goed voorzien van kogellagervet (geen teflon, dat is te dun), en stellen. Dat laatste is ook weer een kwestie van handigheid: er mag geen speling op zitten, maar ze moeten wel soepel blijven lopen. Het kan voorkomen dat ze in het begin (of na lang niet gebruikt te zijn) niet helemaal soepel lopen, dan moet het vet nog op gang komen. Na een kilometer of vijftig moet dit zeker over zijn. Het wikkelen van een stuurlint gaat als volgt: het oude verwijderen, het stuur goed schoonmaken (met bijvoorbeeld wasbenzine), en een keertje proefdraaien zodat je weet hoe het past; kijk vooral goed bij de remhandels. Begin onderaan (als je bovenaan begint duw je tijdens het fietsen het lint er af), en werk langzaam naar boven. Houd het lint goed op spanning en trek steeds maar een klein stukje van de plakstrook er af. Bovenaan afknippen en vastmaken met een stukje tape, onderaan de randjes van het lint in de buisopening vouwen en afsluiten met een dopje.

Aandrijving

Ketting en tandwielen slijten veel sneller als ze vies zijn, en vervangen is duur. Schoonmaken kun je het makkelijkst doen met een speciaal bakje met draaiende borsteltjes en kettingreiniger-vloeistof (of diesel). Die vloeistof is meerdere keren bruikbaar als je het in een bakje laat bezinken. Een tandenborstel en pijpenrager werken ook goed, een lap niet; daarmee wrijf je het vuil alleen in de ketting. Vergeet ook de tandwielen niet. Na het schoonmaken de ketting inspuiten met teflon, de tandwielen smeer je vanzelf door een paar keer op en af te schakelen. Overtollige teflon verwijderen met een lap, anders blijft hier juist extra vuil in plakken. Erg belangrijk is het op tijd vervangen van je ketting (afhankelijk van de omstandigheden na drie- tot vijfduizend kilometer), een versleten ketting versnelt slijtage van de tandwielen. Regelmatig je ketting vervangen is goedkoper dan iets minder vaak alles vervangen. Je ketting is versleten als je een schakeltje van een voorblad af kunt tillen, of als tien schakels duidelijk langer zijn dan 12,7cm. Let bij het vervangen van de ketting op de juiste lengte en breedte (aantal versnellingen). Je hoeft niet perse hetzelfde merk te kopen, al schakelt dit meestal wel net iets beter. Shimano kettingen hebben als nadeel het speciale sluitpinnetje: dit kun je slechts een keer gebruiken (hoewel je een beetje kun smokkelen door het er niet helemaal uit te draaien, er zit dan wel wat meer speling op). Andere merken hebben meestal speciale sluitschakels die je steeds opnieuw kunt gebruiken zonder speciaal gereedschap. Na een paar keer je ketting vervangen (tien- tot vijftienduizend kilometer, je kunt het zien aan braampjes, erg scherpe tanden en niet meer ronde uitsparingen) wordt het ook tijd voor nieuwe tandwielen; deze werken op elkaar in. Om je cassette of losse tandwielen te vervangen heb je twee speciale stukken gereedschap nodig: een freewheel-afnemer (een soort moer die je in een steeksleutel klemt) en een stuk ketting (aan een stokje, kransafnemer genoemd) om de boel tegen te houden. Als je vaak van cassette wisselt (bijvoorbeeld doordat je in de bergen gaat fietsen, of ’s winters met slecht weer een oude gebruikt) is het wel de moeite dit te kopen, het kost iets van tien euro bij elkaar.

Wielen richten

Een simpel karweitje, maar het vereist wel wat geduld. Door spaken los of vast te draaien kun je het wiel een bepaalde kant op trekken. Een klein slagje draai je er vrij eenvoudig uit met een spakenspanner, maar eens in de zoveel tijd je wiel wat grondiger onder handen nemen kan geen kwaad: het zal een stuk stijver aanvoelen. Het werkt het makkelijkst als het wiel in je fiets zit (draai je rem zo ver dicht dat deze aan een kant de velg net raakt) of in een speciale richtbank. Geef elke spaak dezelfde spanning door de nippel een vast aantal keer rond te draaien. Doe dit stap voor stap, anders trek je je wiel alsnog krom. Als alle spaken goed op spanning staan (Je kunt dit voelen door ze per paar beet te pakken, en horen aan een hoge ping als je ze aanslaat, probeer maar eens bij een goed wiel.) hoort het wiel mooi rond te zijn (dus zonder hoogteslag), en ook recht (zonder zijslag). Meestal is dit helaas niet zo. Draai dan de spaak aan de bolle kant een kwart slagje losser, en die aan de holle kant een kwart slag vaster, als de slag groter is doe je dit ook met de aangrenzende spaken, steeds per paar. Je herhaalt dit met steeds kleinere slagjes totdat het wiel weer recht is. Controleer dan de hoogteslag en draai zonodig de spaken aan beide kanten losser of vaster. De tolerantie ligt voor beide gevallen op minder dan een millimeter, dus wees niet te snel tevreden. Denk er ook aan dat de velg in het midden van de as moet zitten! Voor je achterwiel betekent dit dat de spaken aan de ketting kant veel strakker en steiler staan dan aan de andere kant.

Versnellingen afstellen

Dit vergt ook enig geduld, en valt vaak te voorkomen door alles eerst eens goed schoon te maken en te smeren. Als j edan nog niet goed kunt schakelen, ga dan als volgt te werk: Stel het derailleurbereik in (voor en achter) door de ketting op de buitenste kransen te leggen, en dan aan het schroefje waar een H bij staat te draaien tot de derailleur goed staat, dus de ketting niet raakt en hem er niet af laat lopen. Doe hetzelfde voor de binnenste kransen, maar draai dan aan de L-schroef. En dan even testen natuurlijk. Stel vervolgens de achterderailleur in door de zwaarste versnelling te kiezen, en de derailleurkabel losser of vaster te draaien tot hij net strak staat (als dat niet lukt moet je hem opnieuw spannen). De derailleur moet nu recht onder het tandwiel staan, en de ketting moet overal soepel langs gaan zonder iets te raken. Schakel nu eenn tandje op. Als de ketting doorschiet naar het derde kransje moet je de kabel iets losser draaien, als hij het tweede kransje niet haalt juist iets strakker. En weer testen natuurlijk. Voor de voorderailleur begin je ook weer aan de buitenkant, en ook nu moet daar de kabel weer net strak staan. Verder is het hetzelfde als bij de achterderailleur. Sommige voorderailleurs hebben meer dan twee standen opdat je ook met een schuine ketting nog goed kunt fietsen. NB: wat thuis prima werkt kan onder belasting nog wel eens misgaan. Merk je dat je versnellingen overslaat dan moet de kabel iets losser, anders juist strakker.

Levensduur

De levensduur van onderdelen is van een aantal dingen afhankelijk: kwaliteit, gebruik en onderhoud. Kwaliteitsonderdelen gaan vaak langer mee dan goedkope, en kunnen dus op de lange duur goedkoper zijn (banden zijn hierop een uitzondering: dure wedstrijdbanden zijn veel sneller op dan goedkope trainingsbanden). De belangrijkste factor is echter hoe je er mee omgaat. Veel in de regen fietsen en dan niet schoonmaken bepaalt de ondergrens, fietsen met mooi weer en voorbeeldig onderhoud de bovengrens van onderstaande tabel (gebaseerd op gemiddelde tot goede onderdelen). Het zijn overigens vrij grove schattingen, en onderdelen die nog best geschikt zijn voor trainingsritten zul je in wedstrijden misschien niet meer willen gebruiken.

ongunstig gunstig Bepalend
Ketting 1000 km 5000 km Vuil, vocht, smering
Tandwielen 3000 km 15000 km Vuil, vocht, smering
Lagers 10000 km Lang Vuil, vocht, smering, afstelling
Banden 500 km 5000 km Rijgedrag, spanning
Velgen 10000 km 30000 km Remmen, vuil, richten
Lookplaatjes 3000 km 10000 km Vuil, lopen
Kabels 5000 km 15000 km Vuil, smering

De bronpagina is helaas niet meer beschikbaar. Ben je meer geïnteresseerd in het schoonmaken van je fiets? Kijk dan eens hier: http://www.drijfholt.nl/prive/het-poetsen-schoonmaken-van-de-racefiets/

13 thoughts on “Het onderhouden van je racefiets

  1. Carlo,

    Ik heb dat probleem laatst ook gehad, met dezelfde wielen. Waarschijnlijk is je body versleten. Bij mij was het na het vervangen van de body opgelost. Check of er speling zit op je cassette.

    Dit kan ook het probleem zijn bij jou Dimi, bij mij begon het ook bij hoge snelheden.

    Gr,

  2. Hallo
    Mijn achterwiel maakt bij hoge snelheden een nogal storend kloppend geluid… Ik merk ook dat er een zekere spelling zit op mijn achterwiel. Wat is het beste dat ik kan ondernemen?
    Alvast dank bij voorbaat

  3. Hallo,
    De laatste week ondervind ik telkens een raar soort schurend geluid achteraan,telkens als ik een helling naar beneden rijd, de snelheid is dan ook hoger en eerst dacht ik dat de wind de oorzaak was maar daar ben ik niet meer van overtuigd. Als ik dan de trappers stil hou begint het en wordt erger als ik achteruit trap. Als ik voorruit trap ondervind ik het niet. Mijn achterwiel heb ik al gekontroleerd maar bemerk niets abnormaal. Zou het met de naaf te maken hebben? Carbon racefiets met mavic ksyrium sl wielen.

  4. Dag Max, je kunt het beste je versnellingen even opnieuw afstellen zoals in het artikel beschreven.
    Afstellen bij de hendel is vooral handig als je onderweg merkt dat het net niet lekker loopt.

  5. Bij de voorderailleur gaat de ketting na het shiften niet direkt naar het volgende tandwiel. Moet ik de kabel dan iets meer opspannen en doe je dat bij de hendel of derailleur?

  6. Hallo Henk/Barend,

    Als stelregel voor het aantal lagers geldt: Helemaal volstoppen en eentje eruit halen (dus een lager speling op het geheel). De meeste oude fietsen hebben 10 lagers, er kan er best een zijn met 9.

    Coen

  7. Jan vraagt of je de voorbladen op een speciale manier moet monteren en het antwoord is ja.
    Je kunt het bij fsa zien aan de opschriften die op het blad staan. Zet dezelfde opschriften bij elkaar. Er zit ook een pinnetje op het buitenblad aan de buitenkant dit moet achter de crank komen om te voorkomen dat je ketting vastloopt tussen blad en crank mocht je ketting er af lopen.
    Ook kun je niet zomaar een kleiner/groter voorblad monteren je zult merken dat dit niet zo lekker meer schakelt. Er zitten namelijk aan de binnenkant van je voorblad 4 nokjes die het mogelijk maken dat je ketting soepel naar het grote blad loopt tijdens het schakelen.

  8. Hallo Leendert,

    Weet jij of er 9 0f 10 kogels in de achternaaf van een oude renfiets zitten?

    Groeten,

    Henk/Barend

  9. moet je de voorbladen op een speciale manier weer her monteren als je ze los hebt gehad?
    alvast bedankt voor je reactie

  10. je kan beter een specifieke kettingcleaner gebruiken omdat er in diesel ook stoffen zitten die je ketting kunnen aantasten waardoor het mindersterk wordt.
    dat is hetzelfde als je een ketting schoon gaat maken met mierenzuur-citroenzuur het zuur een alle reste roest weg dus neemt ook de stevigheid weg.

    mvg bjorn

  11. Leendert
    Bedankt, realistische tips.
    Ik heb nog een vraagje als je de ketting met Teflon sray smeert kan je die dan ook met bv diesel schoonmaken of is speciale kettingreiniger beter?

    mvg,
    Cees

Leave a Reply